
De Audi A6 2.8 FSI (C6 en vooral C7, motorcodes CDNA en CHVA) staat bekend als een soepel lopende, atmosferische V6 zonder turbo’s, met een prettige vermogensafgifte en een luxueuze rijervaring. Toch komt iedere geïnteresseerde vroeg of laat dezelfde berichten tegen: kettingratelen bij koude start, verhoogd olieverbruik, dure transmissierevisies en elektronische storingen. Wie vandaag een gebruikte A6 2.8 FSI overweegt, komt in een markt terecht waar veel exemplaren rond de 150.000 tot 250.000 km zitten en waar onderhoudsgeschiedenis het verschil maakt tussen zorgeloos rijden en hoge rekeningen. Het loont daarom om de typische problemen, aandachtspunten en zwakke plekken van deze motor en aandrijflijn goed te kennen voordat je tot aankoop of groot onderhoud overgaat.
Motorschade bij de audi A6 2.8 FSI (CDNA, CHVA): kettingslijtage, olieverbruik en koolafzetting
Uitgerekte distributieketting en kettingspanners bij koude start (ratelen, foutcodes P0016–P0019)
De 2.8 FSI V6 gebruikt een complexe kettingaandrijving aan de versnellingsbakzijde van het blok. In theorie is een distributieketting onderhoudsvrij, maar in de praktijk vertonen deze kettingen na verloop van tijd slijtage, vooral bij motoren die lange LongLife-intervallen hebben gehad. Je herkent beginnende problemen vaak aan een kort ratelend geluid bij de eerste seconden van een koude start. Dit ratelen wijst op versleten kettingspanners en uitgerekte kettingen, waardoor de timing van de nokkenassen verschuift. Uitlezen geeft dan regelmatig foutcodes als P0016 t/m P0019, die slaan op correlatieproblemen tussen krukas en nokkenas. Reparatie is kostbaar, omdat de ketting aan de achterkant van de motor zit en de aandrijflijn grotendeels uitgebouwd moet worden.
Verhoogd olieverbruik door zuigerveren en klepseals bij de 2.8 FSI V6
Hoewel de 2.8 FSI minder berucht is dan sommige oudere TFSI-motoren, komt verhoogd olieverbruik wel degelijk voor. Oorzaken zijn vaak versleten olieschraapveren, verouderde klepseals en in sommige gevallen vastgekoekte zuigerveren door inwendige vervuiling. Je merkt dit aan regelmatig laag olieniveau tussen de beurten door, blauwe rook bij gas los en daarna weer gas geven, en soms een vervuilde katalysator. Veel 2.8 FSI-rijders zien een verbruik van 0,5 tot 1 liter op 2.000 à 3.000 km, wat binnen fabriekstolerantie valt, maar boven de liter per 1.000 km is een signaal dat nader onderzoek nodig is. Kortere oliewisselintervallen met hoogwaardige olie helpen om slijtage te beperken en de levensduur van de zuigerveren te verlengen.
Inlaatvervuiling door directe injectie (FSI) en koolafzetting op inlaatkleppen
De FSI-techniek sproeit brandstof direct in de cilinder, wat efficiëntie verhoogt maar een belangrijk nadeel heeft: de inlaatkleppen krijgen geen “schoonspoelend” effect meer van benzine. Daardoor bouwen zich in de loop van de kilometers steeds dikkere lagen koolafzetting op de inlaatkleppen en inlaatkanalen op. Je merkt dit aan schokkerig optrekken, onrustig stationair lopen, lichte trillingen en soms storingscodes voor cilinderuitval. Vooral bij veel korte ritten en rustig rijden kan de vervuiling snel toenemen. Regelmatig “doorhalen” op bedrijfstemperatuur helpt iets, maar bij hogere kilometerstanden is een mechanische of walnootschil-reiniging van de inlaat vaak de enige echt effectieve oplossing. Zie het als tandsteen bij de tandarts: chemische middelen helpen beperkt, echte reiniging maakt het verschil.
Problemen met variabele kleptiming (audi valvelift system, N205/N318 magneetkleppen)
De 2.8 FSI maakt gebruik van variabele kleptiming en het Audi Valvelift System om het klepliftprofiel aan te passen aan belasting en toerental. De magneetkleppen N205 en N318 regelen de oliedruk naar de verstelinrichtingen. Vervuilde olie, sludge en metaalslijpsel kunnen deze magneetkleppen gedeeltelijk blokkeren, wat leidt tot foutcodes voor verkeerde nokkenaspositie, een onrustige motorloop en vermogensverlies. Soms raakt het motormanagement in noodloop om verdere motorschade te voorkomen. Een tijdige oliewissel, het gebruik van de juiste specificatie olie en periodieke diagnose van de kleptimingwaarden beperken het risico op dure reparaties aanzienlijk. Dit onderdeel van de techniek is gevoelig voor nalatig onderhoud.
Koelvloeistoflekken bij waterpomp en thermostaatbehuizing op de 2.8 FSI
Naast ketting- en timingproblemen kent de 2.8 FSI ook zwakke plekken in het koelsysteem. De waterpomp en thermostaatbehuizing zijn vaak van kunststof en kunnen na jaren barsten of gaan lekken. Je herkent incipiente problemen aan koelvloeistofsporen onder de motor, lichte zoete geur na het rijden en een langzaam dalend koelvloeistofniveau. Wie dit negeert, riskeert uiteindelijk oververhitting, kromgetrokken cilinderkoppen en kapotte koppakkingen. In de praktijk is preventieve vervanging van waterpomp en thermostaat rond de 150.000 km bij deze motor geen overbodige luxe, zeker als er al aanwijzingen zijn van zweten of roestsporen rond de aansluitingen. Oververhitting is een van de snelste routes naar dure motorschade bij de Audi A6 2.8 FSI.
Injectiesysteem en brandstofvoorziening bij de 2.8 FSI: hogedrukpomp, injectoren en e10-brandstof
Defecte hogedrukbrandstofpomp (HPFP) en drukverlies in de common-rail
Het directe-injectiesysteem van de 2.8 FSI werkt met een mechanische hogedrukpomp (HPFP) die op de nokkenas wordt aangedreven. Bij hogere kilometerstanden kunnen de interne afdichtingen slijten en kan de pomp onvoldoende druk opbouwen, vooral bij koude motor of hoge belasting. Je ervaart dan startproblemen, inhouden bij accelereren en foutcodes voor te lage raildruk. In uitzonderlijke gevallen kan ook de nokkenasaandrijving van de pomp overmatige slijtage oplopen, wat metaaldeeltjes in het smeersysteem kan brengen. Bij twijfel over de brandstofdruk is een diagnosemeting tijdens het rijden essentieel. Een tijdige vervanging van de HPFP voorkomt dat je met een wegvallende motor langs de kant stil komt te staan.
Vervuilde of lekkende FSI-injectoren: onrustig stationair en misfires (P0300–P0306)
FSI-injectoren werken onder zeer hoge druk en zijn daardoor gevoelig voor vervuiling, slijtage en interne lekkages. Bij de Audi A6 2.8 FSI uiten problemen met injectoren zich vooral in onrustig stationair lopen, misfires onder lichte belasting en foutcodes P0300–P0306 voor cilinderuitval. Een defecte injector kan bovendien extra brandstof inspuiten, wat de katalysator overbelast en op termijn beschadigt. Reinigingsadditieven in de tank bieden soms tijdelijk soelaas, maar bij hardnekkige klachten is demontage en testen van de injectoren onvermijdelijk. Opvallend vaak blijkt één injector buiten specificatie te werken en zorgt vervanging daarvan direct voor een veel rustiger motorloop en lager verbruik. Voor een betrouwbare 2.8 FSI is een gezond injectiesysteem cruciaal.
Brandstofleidingen, retourleiding en brandstoffilterproblemen bij de audi A6 C6/C7 2.8 FSI
De brandstofvoorziening is breder dan alleen pomp en injectoren. Oudere A6-modellen hebben soms last van corroderende metalen leidingen, bros wordende kunststof koppelingen en een vervuild brandstoffilter. Vooral bij auto’s die vaak hebben stilgestaan of uitsluitend korte ritten rijden, kan vuil en vocht zich in het systeem ophopen. Het gevolg? Fluitende brandstofpompen, haperingen bij accelereren en soms zelfs lekkages rond koppelingen. Een periodieke inspectie van de brandstofleidingen onder de auto en bij de tank is verstandig, zeker in landen waar veel met pekel wordt gestrooid. Ook het tijdig vervangen van het brandstoffilter helpt om een stabiele brandstofdruk te behouden en de levensduur van de HPFP en injectoren te verlengen.
Gevolgen van E10- of slechte kwaliteit benzine op het FSI-injectiesysteem
Sinds de invoering van E10-benzine, met tot 10% bio-ethanol, merken veel eigenaren van oudere directe-injectie motoren veranderingen in bedrijfszekerheid. Ethanol trekt vocht aan, verlaagt de smering licht en kan op langere termijn rubbers, pakkingen en sommige metalen aantasten. Voor de Audi A6 2.8 FSI betekent veelvuldig gebruik van E10 een verhoogd risico op roestvorming in de tank, vervuilde injectoren en mogelijk snellere slijtage van de HPFP. Daarom kiezen veel kenners bewust voor premium benzine met een lager ethanolgehalte. Bovendien bevat hoogwaardige benzine vaak betere detergent-additieven die helpen om het injectiesysteem schoner te houden. Voor wie zijn 2.8 FSI lang wil rijden, is brandstofkwaliteit een relatief goedkope verzekering tegen dure storingen.
Veelvoorkomende problemen in de koeling en smering van de audi A6 2.8 FSI-motor
Thermostaatstoringen en oververhitting in stadsverkeer en fileverkeer
De thermostaat in de 2.8 FSI is elektronisch geregeld en zorgt voor een optimale bedrijfstemperatuur. Als de thermostaat blijft hangen in een te gesloten stand, raakt de motor vooral in fileverkeer en stadsverkeer snel oververhit. Blijft de thermostaat juist open hangen, dan komt de motor moeilijk op temperatuur, met hoger verbruik, meer slijtage en slechtere verbranding tot gevolg. Vaak zie je dan dat de temperatuurmeter onrustig gedrag vertoont of net onder de gebruikelijke 90 graden blijft hangen. Oververhitting veroorzaakt binnen enkele minuten onherstelbare schade aan koppakking en cilinderkop. Wie een schommelende temperatuurmeter of melding van koelvloeistoftemperatuur ziet, doet er verstandig aan dit direct te laten onderzoeken en de thermostaat preventief te laten vervangen bij twijfel.
Verstopte of lekkende EGR-koeler en koelvloeistofverlies
Hoewel de nadruk bij EGR-systemen vaak op diesels ligt, kan ook de 2.8 FSI te maken krijgen met problemen rond de EGR-koeler. Bij vervuiling aan de binnenzijde kan de warmteoverdracht verminderen, waardoor de inlaattemperatuur stijgt en detonatiegevoeligheid toeneemt. Daarnaast is de EGR-koeler een potentiële bron van koelvloeistoflekken: haarscheurtjes zorgen dan voor langzaam koelvloeistofverlies zonder direct zichtbare leksporen. In ernstige gevallen komt koelvloeistof in de uitlaat terecht, met witte rook en een karakteristieke geur als gevolg. Een druktest op het koelsysteem en een CO2-test van de koelvloeistof zijn nuttig om onderscheid te maken tussen een lekkende EGR-koeler en een koppakkingsprobleem. Tijdige diagnose voorkomt dat je onnodig delen van de motor gaat reviseren.
Oliedrukproblemen door vervuilde oliepompzeef en verlengde oliewisselintervallen (LongLife)
De LongLife-onderhoudsstrategie van VAG heeft op papier aantrekkelijke lage onderhoudskosten, maar in de praktijk blijkt dat olieverversingsintervallen tot 30.000 km of 2 jaar bij motoren als de 2.8 FSI voor extra slijtage zorgen. Oude olie oxideert, vormt sludge en kan de oliepompzeef en oliekanalen deels verstoppen. Het resultaat is verlaagde oliedruk bij warme motor, een kortstondig oliedruklampje bij starten en versnelde slijtage aan nokkenassen, kettingspanners en lagers. Een overstap naar vaste intervallen van 10.000 tot 15.000 km met kwaliteitsolie vermindert dit risico aanzienlijk. Zie het als de bloedsomloop van de motor: als het filter en de zeef dichtslibben, lijdt iedere component. Oliedrukmeting bij twijfel is hierbij een verstandig diagnosmiddel, zeker bij motoren met ratelende ketting en hoge kilometerstand.
Elektronica- en sensordefecten die storingen veroorzaken bij de audi A6 2.8 FSI
Defecte luchtmassameter (MAF) en inlaatluchttemperatuursensor: vermogensverlies en hoger verbruik
De luchtmassameter (MAF) en de inlaatluchttemperatuursensor zijn essentiële sensoren voor de juiste brandstof-luchtverhouding. Bij vervuiling of veroudering geeft de MAF verkeerde waarden door, waardoor het motormanagement te rijk of te arm gaat inspuiten. Je merkt dit aan lui oppakken bij lage toeren, hoger brandstofverbruik en soms foutcodes voor mengselafwijkingen. Omdat de sensor vaak in één behuizing met de temperatuursensor is geïntegreerd, worden beide tegelijk vervangen. In de praktijk komt het voor dat eigenaren goedkope imitatie-MAF’s monteren, die al snel opnieuw storingen geven. Een originele of hoogwaardige OEM-sensor kost meer, maar voorkomt herhaalde diagnosekosten en onstabiele motorloop. Reiniging met speciale MAF-cleaner kan soms tijdelijk helpen, maar is geen wondermiddel bij echt defecte sensoren.
Problemen met lambdasondes en katalysatoren bij de 2.8 FSI (foutcodes P0420/P0430)
De 2.8 FSI is uitgerust met meerdere lambdasondes, zowel vóór als na de katalysator, om de verbranding en de werking van de katalysator te bewaken. Bij ontstekingsproblemen, olieverbruik of een rijk mengsel raakt de katalysator langzaam verstopt of verliest hij zijn opslagcapaciteit. Het motormanagement registreert dan een te lage efficiëntie van de katalysator en geeft foutcodes P0420 of P0430. In sommige gevallen zijn het de lambdasondes zelf die verouderd of vervuild zijn en verkeerde signalen geven. Een uitlaatgasmeting, gecombineerd met live data van de lambdasondes, helpt om te bepalen of de kat werkelijk versleten is of dat vervanging van de sondes volstaat. Wie te lang doorrijdt met een slecht werkende katalysator riskeert niet alleen afkeur bij de APK, maar ook oververhitting van de uitlaat en smelten van interne delen.
Storingen in motormanagement (ECU), bobines en bougies bij de 2.8 FSI V6
Zoals bij veel moderne benzinemotoren zijn bobines en bougies verbruiksdelen geworden. Bij de Audi A6 2.8 FSI vallen bobines geregeld uit rond de 150.000 km of eerder, vooral bij motoren die veel warmte te verduren krijgen. Foutcodes voor misfire in één specifieke cilinder wijzen vaak direct naar een bobine, zeker als wisselen van cilinder de fout meeverhuist. Versleten bougies kunnen hetzelfde klachtenbeeld geven, gecombineerd met zwaarder starten en hoger verbruik. De ECU zelf is doorgaans betrouwbaar, maar slechte massa-aansluitingen, vocht in stekkers of onderbroken kabelbomen kunnen hardnekkige, intermitterende storingen veroorzaken die lastig te traceren zijn. Regelmatig preventief bougies vervangen volgens schema en bij de eerste tekenen van misfire direct bobines testen voorkomt schade aan katalysators en onnodige diagnose-uren.
Gasklephuisvervuiling en adaptatieproblemen na reiniging of vervanging
Het elektronische gasklephuis regelt de luchttoevoer tot in detail en is gevoelig voor vervuiling door olie- en dampafzetting. Bij zwaardere vervuiling blijft de gasklep hangen, reageert het gaspedaal vertraagd en kan de motor onrustig stationair draaien of zelfs afslaan. Reinigen van het gasklephuis is dan vaak effectief, maar na reiniging of vervanging is een correcte adaptatie van de gasklep cruciaal. Zonder deze inlering via diagnoseapparatuur “begrijpt” de ECU de nieuwe posities niet goed, met foutcodes en noodloop als gevolg. Wie zelf sleutelt, doet er daarom goed aan vooraf te controleren hoe de gasklepadaptatie bij de 2.8 FSI precies moet worden uitgevoerd. Zie het als een nieuwe muis instellen op een computer: zonder kalibratie blijft de aansturing onvoorspelbaar.
Automatische transmissieproblemen bij de audi A6 2.8 FSI: multitronic, tiptronic en S tronic
Multitronic (CVT) 0AW/01J: slippen, schokken en falende lamellenpakketten
Veel voorwielaangedreven Audi A6 2.8 FSI’s zijn uitgerust met de bekende Multitronic CVT-transmissie. Deze bak biedt een comfortabel, traploos schakelgevoel, maar staat ook bekend als gevoelig voor achterstallig onderhoud. Als de transmissieolie niet om de 60.000 km wordt vervangen, kunnen de lamellenpakketten en de mechatronica versneld slijten. Symptomen zijn slippen bij accelereren, schokken bij wegrijden en uiteindelijk foutmeldingen en noodloop. Revisie van een Multitronic is kostbaar en niet iedere specialist reparereert deze bakken graag. Bij proefrijden is het verstandig om zowel koude als warme schakelmomenten te beoordelen en goed te letten op toerentalverspringingen en vertraging in de gaspedaalrespons. Een technisch gezonde Multitronic schakelt soepel en lineair, zonder rare bokken of vertragingen.
Tiptronic 6- en 8-traps (ZF 6HP, 8HP): schakelklappen door vervuilde olie en mechatronicaproblemen
Quattro-uitvoeringen van de A6 2.8 FSI zijn vaak uitgerust met een klassieke automaat met koppelomvormer, meestal van ZF (6HP of 8HP). Deze bakken staan als vrij robuust bekend, mits de olie en het filter periodiek worden vervangen. Fabrikanten spreken soms van “filled for life”, maar praktijkervaring van transmissiespecialisten toont aan dat verse olie rond de 80.000 km de levensduur flink verlengt. Vervuilde olie leidt tot schakelklappen, vertraagde schakelmomenten en in sommige gevallen storingen in de mechatronica. Vergeleken met de Multitronic is een ZF Tiptronic meestal beter bestand tegen koppel en hogere kilometerstanden, maar bij negeren van onderhoud kan ook hier een revisie nodig zijn. Wie een Audi A6 2.8 FSI met Tiptronic koopt, doet er goed aan direct een preventieve olie- en filterwissel te laten uitvoeren als er geen bewijs van recent onderhoud is.
S tronic (DL501) bij quattro-modellen: dubbele koppeling en mechatronica defecten
Bij sommige latere C7-modellen komt ook de S tronic met dubbele koppeling (DL501) voor. Deze transmissie schakelt bliksemsnel en geeft een sportief rijgevoel, maar vraagt strikte naleving van de oliewisselintervallen. Slijtage van de koppelingen en problemen met de mechatronica zorgen voor symptomen als schokken bij wegrijden, trillingen bij lage snelheid en foutmeldingen in het transmissiesysteem. In druk stadsverkeer met veel file rijden krijgt de dubbele koppeling aanzienlijk meer te verduren dan op lange snelwegritten. Wie de auto vooral voor korte ritten en stad gebruikt, moet rekening houden met een kortere levensduur van de koppelingen. Regelmatige software-updates en specialistische diagnose helpen om bekende kinderziektes en schakelproblemen onder controle te houden.
Onderhoud van transmissieolie en filters bij de audi A6 2.8 FSI-automaat
Een belangrijk patroon bij alle automatische transmissies in de A6 2.8 FSI is dat tijdig onderhoud de sleutel is tot een lange levensduur. Ongeacht of het nu gaat om Multitronic, Tiptronic of S tronic, een oliewissel tussen de 60.000 en 80.000 km is een verstandige vuistregel. Daarbij hoort bij de meeste bakken ook vervanging van het filter en eventueel een spoeling van de oliekanalen. Wie een occasion koopt zonder gedocumenteerd transmissieonderhoud, moet dit meenemen in de budgettering. Het gaat niet om een simpele beunklus, maar om een specialistische service die doorgaans enkele honderden euro’s kost. Vergeleken met een revisie van 3.000 tot 5.000 euro is dit echter een relatief kleine investering die veel problemen kan voorkomen.
Typische storingen in onderstel, stuurinrichting en remmen bij de audi A6 2.8 FSI (C6 en C7)
Naast motor en transmissie heeft de Audi A6 2.8 FSI een complex onderstel met multi-link wielophanging en, afhankelijk van de uitvoering, luchtvering en Dynamic Steering. Slijtage in draagarmen, fuseekogels en rubbers levert snel bijgeluiden op bij drempels en oneffenheden, maar ook een vaag stuurgevoel en onregelmatige bandenslijtage. Luchtvering lijkt een comfortabele upgrade, maar versleten luchtbalgen en defecte compressoren zijn duur in vervanging. Remmen van een zware A6 hebben het zwaar te verduren, zeker bij veel snelweggebruik; kromtrekkende remschijven en piepende blokken komen regelmatig voor. Het loont om bij proefrit en keuring te letten op trillingen in het stuur bij remmen, ongelijk remgedrag en ABS/ESP-waarschuwingen. Wie tijdig slijtagedelen vervangt en kwalitatief goede banden en remmen kiest, merkt dat de Audi A6 2.8 FSI weer strak, stil en solide rijdt, precies zoals van een premium zakenauto mag worden verwacht.