
Een lichte uitlaatgaslucht in de auto lijkt soms onschuldig, zeker als je maar korte ritten maakt of alleen in de file wat dampen ruikt. Toch kan juist die alledaagse blootstelling in de auto een flinke impact hebben op je gezondheid. Uitlaatgassen bevatten een mix van giftige gassen, fijnstof en chemische verbindingen die je niet ziet, maar die wél diep in je longen en zelfs in je bloedbaan doordringen. In een afgesloten cabine kunnen concentraties bovendien snel oplopen, zeker bij stilstaand of langzaam rijdend verkeer. Wie dagelijks in de auto zit, kinderen vervoert of al hart- of longaandoeningen heeft, doet er daarom verstandig aan de risico’s van uitlaatgas in het interieur serieus te nemen en actief maatregelen te nemen om de luchtkwaliteit in de auto te verbeteren.
Wat is uitlaatgas in de auto precies en hoe komt het in het interieur terecht?
Opbouw van uitlaatgassen: CO, CO₂, NOx, fijnstof (PM2.5/PM10) en vluchtige organische stoffen
Uitlaatgas is het eindproduct van de verbranding van brandstof in de motor. Zelfs bij een moderne en goed afgestelde motor blijft de uitlaatstroom een complex mengsel van gasvormige en deeltjesvormige verontreinigingen. In benzinemotoren en dieselmotoren komen onder meer CO (koolmonoxide), CO₂ (kooldioxide), NOx (stikstofoxiden), koolwaterstoffen (HC) en restzuurstof O₂ voor. Daarnaast bevat de uitlaatstroom fijnstof, vaak aangeduid als PM10 en PM2.5, ultrafijnstof en roetdeeltjes. Dieseluitlaatgassen bestaan grofweg uit 67% stikstof, 12% CO₂, 11% waterdamp, 10% zuurstof en circa 0,3% overige stoffen, zoals roet, PAK’s en zware metalen. Juist die kleine fractie “overige stoffen” veroorzaakt de meeste gezondheidsrisico’s, omdat de deeltjes diep in de longen terechtkomen en ontstekingsreacties en hart- en vaatproblemen kunnen uitlokken.
Typische lekkagepunten in de uitlaatlijn: spruitstuk, flexibele koppeling, katalysator, demper en pakkingen
Als je in de cabine een duidelijke uitlaatgaslucht ruikt, is er vrijwel altijd sprake van een lek in de uitlaatlijn of in de afdichtingen van de carrosserie. Bekende zwakke plekken zijn het uitlaatspruitstuk, de lasnaden, de flexibele koppeling en de verbindingen rond de katalysator en dempers. Door de extreme temperatuurwisselingen (uitlaatgas kan lokaal tot 1.200 °C worden) ontstaan na verloop van tijd scheuren of doorgeroeste plekken. Versleten pakkingen en verkeerd gemonteerde after-market uitlaatsystemen vergroten de kans op lekkages. In de motorruimte ontsnappende gassen kunnen vervolgens via schutborddoorvoeren, kabeldoorvoeren of slecht sluitende motorkaprubbers de luchtstromen naar het interieur bereiken en zo bij het ventilatiesysteem worden aangezogen.
Rol van ventilatiesysteem en recirculatiestand (luchtcirculatie) bij verspreiding van uitlaatgas in de cabine
Het HVAC-systeem (verwarming, ventilatie en airconditioning) van de auto bepaalt in hoge mate hoeveel uitlaatgas de cabine binnenkomt. De luchtinlaat zit meestal aan de basis van de voorruit. Rijd je dicht achter een andere auto, in de file of in de tunnel, dan komt juist daar de hoogste concentratie uitlaatgassen langs. Staat de lucht niet in recirculatiestand, dan wordt die buitenlucht direct aangezogen. De interieurfilter (pollenfilter) houdt wel een deel van het stof en pollen tegen, maar fijnstof en gassen gaan grotendeels door een standaardfilter heen. Zet je de lucht op recirculatie, dan beperk je de aanvoer van verontreinigde buitenlucht, maar bouw je op langere termijn vocht en CO₂ op. De kunst is dus om afhankelijk van de situatie slim te schakelen tussen verse lucht en recirculatie, zeker in druk stadsverkeer of bij tunnelpassages.
Invloed van rijomstandigheden: filerijden, tunnelpassages, parkeergarage, stationair draaien in de oprit
Bepaalde rijsituaties zijn berucht vanwege hoge concentraties uitlaatgassen rond de auto. In dichte files en bij druk verkeer op ringwegen, zoals de A10 rond Amsterdam, hang je vaak letterlijk in de pluim van de auto voor je. Metingen in Europese steden laten zien dat concentraties NO₂ en fijnstof in tunnels en overdekte wegen makkelijk twee tot drie keer hoger kunnen zijn dan in open lucht. Ondergrondse parkeergarages en krappe veerponten vormen een vergelijkbaar scenario: veel draaiende motoren in een relatief gesloten ruimte met beperkte ventilatie. Ook stationair draaien op de oprit met de achterklep of een raam open kan riskant zijn; uitlaatgassen slaan tegen de gevel of een muur terug en worden vervolgens via kofferbakrubbers of carrosseriekieren naar binnen gezogen. Juist in die situaties geeft een lichte lucht al aan dat de blootstelling hoger is dan wenselijk.
Acute gezondheidsrisico’s van uitlaatgas in de auto voor bestuurder en inzittenden
Co-vergiftiging in de auto: symptomen, HbCO-waarden en medische grenswaarden van RIVM en GGD
Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos gas dat bij onvolledige verbranding ontstaat. In de auto merk je CO-vergiftiging dus niet altijd aan de geur, maar aan je lijf. CO bindt zich ruim 200 keer sterker aan hemoglobine dan zuurstof, waardoor het gehalte HbCO in het bloed kan oplopen en organen onvoldoende zuurstof krijgen. Klachten beginnen vaak met hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en concentratieproblemen. Bij hogere HbCO-waarden treden verwardheid, bewusteloosheid en uiteindelijk levensbedreigende hartritmestoornissen op. Medische richtlijnen van instanties als het RIVM en de GGD hanteren lage grenswaarden, omdat al vanaf enkele procenten HbCO klachten kunnen ontstaan. In een afgesloten auto kan een lekkende uitlaat of defecte kachelafvoer in korte tijd tot zulke waarden leiden, zeker bij stationair draaien.
Effect van stikstofoxiden (NO en NO₂) op luchtwegen, astma-aanvallen en longfunctie bij kinderen
Stikstofoxiden (NO en vooral NO₂) zijn typische uitlaatgassen die de slijmvliezen en luchtwegen irriteren. Zelfs korte blootstelling kan bij gevoelige personen hoesten, piepende ademhaling en benauwdheid uitlokken. Kinderen met astma reageren vaak extra heftig; onderzoek in stedelijke gebieden laat zien dat wonen of dagelijks rijden langs drukke verkeersaders de frequentie van astma-aanvallen duidelijk verhoogt. In een auto waar structureel uitlaatgas in het interieur komt, ademen kinderen bij iedere rit een soort “mini-stadsrook” in, maar dan geconcentreerd in een kleine ruimte. Studies tonen een meetbare vermindering van de longfunctie bij kinderen die veel tijd doorbrengen in omgevingen met verhoogd NO₂, en dat effect stapelt zich op over de jaren. Dat maakt een schone cabine belangrijker dan veel ouders vermoeden.
Invloed van ultrafijnstof en roetdeeltjes op hart- en vaatziekten tijdens dagelijkse woon-werkritten
Ultrafijnstof en dieselroet zijn zo klein dat ze diep in de longblaasjes doordringen en in de bloedbaan terechtkomen. Daar veroorzaken ze laaggradige ontstekingen en beïnvloeden ze de bloedstolling. Grootschalige studies in industriële steden tonen een duidelijke relatie tussen pieken in fijnstofconcentraties en ziekenhuisopnames voor hartinfarcten en beroertes. Een Australische analyse liet zien dat luchtvervuiling door verkeer bijna tien keer zoveel doden veroorzaakt als verkeersongelukken zelf: ruim 11.000 vroegtijdige overlijdens per jaar tegenover iets meer dan 1.100 verkeersdoden. Tijdens dagelijkse woon-werkritten stel je jezelf, vaak zonder het te beseffen, herhaaldelijk bloot aan deze deeltjes. In de afgesloten cabine, waar je dicht bij de emissiebron zit en veel ademhaalt, kan die blootstelling per uur aanzienlijk zijn, vooral bij oudere dieselvoertuigen of bij defecte roetfilters.
Risico’s voor zwangere vrouwen, baby’s en ouderen bij langdurige blootstelling in het voertuig
Bepaalde groepen zijn extra kwetsbaar voor uitlaatgas in de auto. Zwangere vrouwen ademen sneller en hebben een verhoogde bloeddoorstroming; schadelijke stoffen bereiken zo makkelijker de placenta. Langdurige blootstelling aan fijnstof en NO₂ wordt in epidemiologisch onderzoek in verband gebracht met een lager geboortegewicht en een verhoogd risico op vroeggeboorte. Baby’s en jonge kinderen hebben nog onrijpe longen en een sneller ademritme, waardoor ze per kilogram lichaamsgewicht meer vervuiling inademen dan volwassenen. Ouderen en mensen met bestaande hart- of longaandoeningen reageren bovendien sterker op dezelfde concentraties. Voor deze groepen is het vermijden van langdurige blootstelling aan uitlaatgas in de cabine geen luxe, maar een vorm van preventieve gezondheidszorg – vergelijkbaar met niet roken in huis.
Langetermijneffecten van chronische blootstelling aan uitlaatgas in de auto
Chronische blootstelling aan lage tot middelhoge concentraties uitlaatgassen in de auto werkt als een soort “sluipende rookverslaving”. Uit langlopende cohorten in Europa en de VS blijkt dat wonen of werken langs drukke wegen de kans op COPD, longemfyseem en longkanker duidelijk verhoogt. Dieselmotoremissie (DME) is door internationale instanties geclassificeerd als kankerverwekkend; beroepsgroepen die veel met dieselmotoren werken, zoals garagepersoneel of magazijnmedewerkers in hallen met heftrucks, laten een hogere incidentie van longkanker zien. Vergelijkbare processen spelen op kleinere schaal in de auto. Fijnstof en roetdeeltjes uit uitlaatgas veroorzaken chronische ontstekingen in de luchtwegen en in de vaatwand, wat leidt tot versneld aderverkalking, verhoogde bloeddruk en een grotere kans op hartfalen. Onderzoek laat zien dat fijnstof een van de belangrijkste omgevingsfactoren is bij hart- en vaatziekten. Als je dagelijks meerdere uren in relatief vervuilde cabine-lucht doorbrengt, bijvoorbeeld als koerier, vertegenwoordiger of forens, kan dat op de lange termijn honderden tot duizenden extra “rook-equivalenten” opleveren. Niet voor niets wordt wonen aan een snelweg door sommige schattingen gelijkgesteld aan het roken van circa 17 sigaretten per dag.
Belangrijkste bronnen van uitlaatgas in en rond personenauto’s (benzine, diesel, hybrides en EV’s)
Verschillen in emissies tussen benzinemotoren, dieselmotoren met roetfilter (DPF) en oudere euro 3/euro 4-motoren
Niet iedere auto stoot dezelfde mix en hoeveelheid uitlaatgassen uit. Benzinemotoren produceren doorgaans minder roet dan dieselmotoren, maar wel aanzienlijke hoeveelheden CO en HC, vooral bij koude start. Dankzijde driewegkatalysator worden CO, HC en NOx omgezet in CO₂, H₂O en N₂, maar alleen als het systeem op temperatuur is. Dieselvoertuigen hebben traditioneel een hoger aandeel roet en NOx, al zijn moderne Euro 6-diesels met roetfilter (DPF) en SCR-techniek veel schoner dan oudere Euro 3- of Euro 4-modellen. Sinds 1990 is de roetuitstoot van dieselmotoren met circa 99% afgenomen, maar dat geldt vooral in ideale testomstandigheden. In de praktijk kunnen verouderde of verstopte filters nog steeds aanzienlijke emissies geven. Voor je eigen blootstelling maakt het dus uit of je in een moderne, goed onderhouden auto rijdt of in een ouder voertuig waar emissiesystemen hun beste tijd hebben gehad.
Katalysator, EGR-klep en AdBlue-SCR-systemen: impact op NOx-uitstoot in praktijkgebruik
Drie belangrijke systemen bepalen de NOx- en roetemissies van moderne voertuigen: de driewegkatalysator, de EGR-klep en, bij veel diesels, een AdBlue-SCR-systeem. De katalysator zet in benzinemotoren CO, HC en NOx om als het mengsel rond de stoichiometrische waarde blijft. De EGR-klep (Exhaust Gas Recirculation) voert een deel van de uitlaatgassen terug naar de inlaat om de verbrandingstemperatuur te verlagen en zo NOx-vorming te beperken. Bij moderne dieselmotoren spuit het AdBlue-SCR-systeem een ureumoplossing in de uitlaat, waarmee NOx in stikstof en water wordt omgezet. Als een van deze systemen is vervuild, defect is of elektronisch is uitgeschakeld (bijvoorbeeld door “tuning”), stijgen de NOx-emissies fors. Voor je gezondheid betekent dat meer irriterende gassen rond de auto en een grotere kans dat je via ventilatie of lekkages extra wordt blootgesteld.
Interne lekkages via roestige uitlaat, defecte pakkingen en slecht gemonteerde after-market uitlaatsystemen
Mechanische slijtage en ondeugdelijke reparaties zijn een veelvoorkomende bron van uitlaatgas in de wagen. Roestige uitlaatdelen, doorgerotte dempers en gescheurde flexibele delen veroorzaken niet alleen extra geluid, maar laten ook uitlaatgas ontsnappen onder de vloerplaat of in de motorruimte. Defecte pakkingen bij het spruitstuk of bij de turbo zorgen voor lokale lekkages die vaak roetsporen achterlaten. Bij slecht gemonteerde after-market systemen staan bochten soms onder spanning of sluiten delen niet perfect aan, waardoor er langs klemmen en verbindingen kleine lekken ontstaan. Die zijn op het gehoor soms lastig te traceren, maar onder belasting (bijvoorbeeld bergop of bij optrekken) kan de uitstroom fors zijn. Als je dan een raam op een kier hebt of de ventilatie lucht van buiten zuigt, komt een deel van die uitstoot direct in de passagiersruimte terecht.
Inlaat van uitlaatgas via HVAC-inlaat, kofferbakrubbers en bodemdoorvoeren in oudere voertuigen
Niet alleen de uitlaat zelf, maar ook de afdichting van de carrosserie bepaalt hoeveel uitlaatgas in de cabine terechtkomt. Bij oudere voertuigen zijn kofferbakrubbers, deurafdichtingen en bodemdoorvoeren (voor kabels en leidingen) vaak uitgedroogd of beschadigd. Rijd je met open raam langs een drukke weg of in een parkeergarage, dan fungeren die kieren als ongewenste “luchtinlaten” voor verkeersemissies. Ook de HVAC-inlaat kan een bron zijn: als bladeren, vuil en roet zich ophopen in de plenumkamer onder de ruitenwisser, vermindert dat de luchtstroming en kan er bij regenwater zelfs een roet-/dieselgeur ontstaan. Een versleten of verkeerd geplaatst interieurfilter laat bovendien meer fijnstof en roetdeeltjes door. Ruik je vooral in de buurt van de achterbank of kofferbak uitlaatgas, dan zijn kofferbakrubbers en bodemkieren meestal de eerste verdachte plekken om te controleren.
Specifieke situaties met hoge concentraties: ondergrondse parkeergarages, veerponten en dicht verkeer op de A10
Bepaalde omgevingen produceren systematisch hogere concentraties uitlaatgas rond auto’s. Ondergrondse parkeergarages zijn daar een klassiek voorbeeld van: veel voertuigen starten en manoeuvreren op lage snelheid, vaak met koude motor. Daardoor is de uitlaatgas-samenstelling extra ongunstig, met veel CO en onverbrande koolwaterstoffen. Op veerponten of in wachtrijen bij terminals staan auto’s soms langdurig stationair op korte afstand van elkaar, waarbij de uitstroom van de ene uitlaat precies bij de luchtinlaat van de volgende auto uitkomt. Ringwegen rond grote steden, zoals de A10, combineren hoge verkeersdichtheid met regelmatige files; metingen tonen daar frequent overschrijdingen van richtwaarden voor NO₂ en PM2.5. In al deze situaties helpt het om bewust om te gaan met ruiten, ventilatiestand en, waar mogelijk, de keuze om de motor uit te zetten bij langere wachttijden.
Meet- en diagnosemethoden om uitlaatgas in de auto op te sporen
Gebruik van CO-melders en multigasmeters (bijv. dräger, testo) in het voertuiginterieur
Wie zekerheid wil over de aanwezigheid van uitlaatgas in de cabine, kan gebruikmaken van draagbare CO-melders of multigasmeters. Professionele meters van merken als Dräger of Testo meten continu de concentratie koolmonoxide, en soms ook CO₂ en VOC’s in de lucht. Plaats je zo’n meter op de achterbank of in de buurt van je hoofd, dan krijg je een realistisch beeld van je persoonlijke blootstelling tijdens het rijden. Moderne CO-melders slaan piekwaarden op, waardoor goed te zien is tijdens welke situaties, zoals filerijden of rijden met geopende ramen, de waarden oplopen. Sommige modellen geven al een akoestisch alarm bij lage ppm-waarden, ruim voordat er acuut gevaar ontstaat. Voor gevoelige groepen, zoals mensen met hartklachten, kan dat een belangrijke extra veiligheidslaag zijn en helpen om rijgewoontes aan te passen.
Uitlaatgastest op de APK: viergastest, roetmeting en uitlezing van OBD-II foutcodes (P0420, P0401)
Tijdens de APK wordt bij benzineauto’s een zogeheten viergastest uitgevoerd, waarbij met een sonde in de uitlaat de waarden van HC, CO, CO₂ en O₂ worden gemeten. De motor moet daarbij op bedrijfstemperatuur zijn en op verhoogd toerental draaien. Afwijkende waarden geven aanwijzingen voor een arm of rijk mengsel, cilinderoverslag, olieverbruik of slechte verbranding. Bij dieselauto’s wordt een roetmeting gedaan. Via de OBD-II diagnoseconnector leest de keurmeester bovendien foutcodes uit, zoals P0420 (onvoldoende werking katalysator) of P0401 (onvoldoende EGR-flow). Zulke codes duiden op emissiesystemen die niet naar behoren functioneren, wat niet alleen de uitstoot naar buiten verhoogt, maar ook de kans vergroot dat er ruwe, giftigere uitlaatgassen in of rond de auto terechtkomen. Een nette APK-uitslag is daarmee indirect ook een indicatie voor schonere cabine-lucht.
Rooktest en druktest van de uitlaatlijn bij universele garage of merkdealer (ANWB, bosch car service)
Als je uitlaatlucht in de auto ruikt, maar visueel niets vindt, kan een rook- of druktest uitkomst bieden. Bij een rooktest blaast de garage gecontroleerd rook in de uitlaatlijn of in de motorruimte; alle minieme lekken worden dan zichtbaar als rookpluimpjes langs pakkingen, lasnaden en verbindingen. Bij een druktest wordt de uitlaat afgesloten en met overdruk gevuld om lekkagepunten op te sporen. Veel universele garages en merkdealers, evenals ketens zoals ANWB-werkplaatsen of Bosch Car Service, beschikken over dergelijke testapparatuur. Een professionele diagnose voorkomt dat zomaar delen worden vervangen zonder het echte probleem te verhelpen. Zeker bij moderne voertuigen met complexe uitlaatsystemen is dat geen overbodige luxe, omdat een kleine scheur op een lastig bereikbare plek veel overlast kan geven.
Analyse van ventilatiekanalen, interieurfilter (pollenfilter) en luchtinlaten op lekkages en verstoppingen
Naast de uitlaatlijn zelf verdienen ook de luchtinlaten en ventilatiekanalen aandacht. Een dichtgeslibde plenumkamer onder de voorruit kan vocht vasthouden en schimmelvorming bevorderen, waardoor geuren en irritatie kunnen ontstaan die sterk aan uitlaatgas of diesel doen denken. Een verzadigd of verkeerd gemonteerd interieurfilter vermindert de filterwerking en kan zelfs zelf een bron van stank worden. Bij sommige modellen is de afdichtingsring rond de filtercassette cruciaal; als die niet goed sluit, lekt ongefilterde buitenlucht langs het filter. Bij twijfel is het zinvol de kanalen visueel te inspecteren op vuil, bladeren en roetsporen en de filter op tijd te vervangen. Ruik je vooral bij inschakelen van de ventilator of airco een onaangename lucht, dan ligt de oorzaak eerder in het HVAC-systeem dan in de uitlaat zelf.
Preventie en praktische veiligheidsmaatregelen tegen gevaarlijk uitlaatgas in de auto
Veilig parkeren en stationair draaien: ramen, klimaatregeling en gebruik van recirculatiestand
Veel blootstelling aan uitlaatgas in de auto is simpelweg het gevolg van gewoonten. Stationair draaien met gesloten garagedeur, motor laten lopen bij het wachten op iemand op de oprit of langdurig in parkeergarages rondjes rijden op zoek naar een plek: al die situaties verhogen de concentratie schadelijke gassen in en rond de cabine. Een praktische vuistregel is om de motor uit te zetten als je langer dan een minuut stilstaat op een plek met beperkte ventilatie. In de file, in tunnels of in dichte stedelijke bebouwing helpt het om kortstondig de recirculatiestand te gebruiken, gecombineerd met een goed ingesteld klimaatregeling-systeem. Ramen volledig opentrekken terwijl je bumper aan bumper rijdt, vergroot juist de aanvoer van uitlaatgassen van anderen. Door bewust om te gaan met ventilatie-instellingen beperk je je eigen “persoonlijke rookwolk” aanzienlijk.
Onderhoudsprotocol: tijdig vervangen van uitlaatdelen, pakkingen, DPF-regeneratie en APK-controle
Regelmatig en gericht onderhoud is misschien wel de krachtigste maatregel tegen uitlaatgas in de cabine. Controleer tijdens servicebeurten expliciet de uitlaat op roest, scheuren en vochtsporen en laat bij twijfel pakkingen of flexibele delen preventief vervangen. Houd bij dieselvoertuigen de status van het roetfilter (DPF) in de gaten: een filter dat te vaak moet regenereren of foutcodes genereert, kan wijzen op verstoppingen die extra rook en stank veroorzaken. Hetzelfde geldt voor EGR-componenten en AdBlue-systemen; storingen daarin verhogen de NOx-uitstoot. De APK vormt een minimale check, maar voor wie veel rijdt of gevoelige passagiers vervoert, is een strenger eigen “onderhoudsprotocol” slim. Denk aan jaarlijkse inspecties en tijdig vervangen van cruciale emissiedelen, in plaats van wachten tot er geluids- of stankklachten ontstaan.
Optimaliseren van luchtkwaliteit in de cabine: hoogwaardige interieurfilters (HEPA/actief kool) en onderhoud
De lucht in de auto kun je actief schoner maken door te kiezen voor hoogwaardige interieurfilters, bijvoorbeeld met HEPA-werking of een actief-koollaag. Dergelijke filters vangen niet alleen fijnstof en pollen beter af, maar reduceren ook een deel van de gasvormige componenten en geuren uit uitlaatgassen. Voor forenzen die dagelijks in druk verkeer rijden, kan dit het verschil maken tussen constant geïrriteerde luchtwegen en merkbaar schonere lucht. Belangrijk is wel om het filter op tijd te vervangen, vaak jaarlijks of om de 15.000 tot 30.000 kilometer, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. In sterk vervuilde stedelijke omgevingen mag dat gerust vaker gebeuren. Een schone voorruit aan de binnenzijde en minder stofafzetting op het dashboard zijn vaak goede indicaties dat het filter zijn werk doet en dat jij en je passagiers minder vervuiling inademen.
Noodplan bij verdenking van CO-lekkage tijdens het rijden: handelen, stoppen, hulpdiensten inschakelen
Bij een serieuze verdenking van CO- of uitlaatgaslekkage in de auto is een eenvoudig noodplan cruciaal. Merk je tijdens het rijden dat je onverklaarbare hoofdpijn, duizeligheid of misselijkheid krijgt, terwijl je een duidelijke uitlaatgas- of roetgeur ruikt, schakel dan zo snel mogelijk naar een veilige modus. Zet, indien veilig, ramen direct (gedeeltelijk) open om de cabine te ventileren, schakel de ventilatie op verse lucht en stop bij de eerste veilige gelegenheid langs de kant van de weg of op een parkeerplaats. Laat de motor uit en verlaat het voertuig om frisse lucht in te ademen. Bij aanhoudende klachten is het verstandig medische hulpdiensten in te schakelen; CO-vergiftiging kan ook bij lagere blootstellingen verraderlijk verlopen. Rij pas verder nadat de auto in een garage professioneel is onderzocht en eventuele lekken of defecten aantoonbaar zijn verholpen, zodat je niet onbewust opnieuw hetzelfde risico loopt.
| Situatie | Risico op uitlaatgas in cabine | Aanbevolen maatregel |
|---|---|---|
| File in stedelijk gebied | Hoog (NOx, fijnstof) | Kort recirculatie, ramen dicht, goed interieurfilter |
| Ondergrondse parkeergarage | Hoog (CO, HC) | Motor zo min mogelijk laten draaien, ramen gesloten |
| Stationair op oprit met muur achter auto | Middel tot hoog (terugslag uitlaat) | Motor uit of auto verplaatsen, ramen dicht |
| Oud voertuig met roestige uitlaat | Hoog (lokale lekkages) | Uitlaat en pakkingen direct laten vervangen |
Zelfs als je weinig rijdt, kan uitlaatgas in de auto acute klachten geven wanneer er sprake is van een lek of slechte ventilatie. De cabine is een kleine, afgesloten ruimte waarin concentraties snel kunnen oplopen.
Dagelijkse woon-werkritten langs drukke wegen dragen aantoonbaar bij aan een verhoogd risico op hart- en longaandoeningen. Een schone cabine is daarom een belangrijk onderdeel van een gezonde mobiliteitskeuze.
Een lichte diesellucht of olieverbrandingsgeur in de auto is geen “normale eigenschap” van een oudere motor, maar meestal een signaal van lekkage of slecht onderhoud dat aandacht vraagt.