
“Ik schrik me de tandjes!” klinkt speels, maar drukt een stevige portie emotie uit. Je hoort het in series, op schoolpleinen, in podcasts en in gesprekken bij de koffieautomaat. De uitdrukking hoort duidelijk bij informeel Nederlands, maar raakt aan een lange traditie van kleurrijke vloeken, verwensingen en hyperbolen in het Nederlands taalgebied. Wie iets zegt als ik schrik me de tandjes, zoekt naar een sterkere manier om schrik, verbazing of zelfs lichte paniek uit te drukken dan een simpel “ik schrok”. De uitdrukking is daarmee een interessant kruispunt van spreektaal, dialect, cultuurgeschiedenis en taalkundige creativiteit, én een dankbaar voorbeeld voor iedereen die gevoeliger wil luisteren naar alledaags taalgebruik.
Herkomst van de uitdrukking “ik schrik me de tandjes” in het nederlands taalgebied
Historische attestaties in het woordenboek der nederlandsche taal (WNT) en van dale
Wie op zoek gaat naar de oorsprong van ik schrik me de tandjes, komt al snel terecht bij grote naslagwerken als het WNT en Van Dale. De uitdrukking is relatief jong: in de grote historische woordenboeken duikt zij pas laat, schoorvoetend bijna, op. In de moderne edities van Van Dale staat zich de tandjes werken, zich de tandjes lachen of zich de tandjes schrikken als informeel Nederlands. In het omvangrijke Woordenboek der Nederlandsche Taal is de uitdrukking nog niet systematisch opgenomen, wat erop wijst dat zij vooral na 1950, en duidelijker na 1980, terrein wint.
Taalkundige beschrijvingen uit de jaren ’90 noemen zich de tandjes werken expliciet als voorbeeld van een “20ste-eeuwse uitdrukking”. Dat past bij andere vernieuwende intensiveringen met “ziektewoorden” zoals je de tyfus werken of het schompes lachen. In dat rijtje vormt tandjes een soort nette vervanger: dezelfde heftigheid, maar dan zonder direct naar ernstige ziekten te verwijzen. Veel etymologen vermoeden daarom dat tandjes semantisch de plaats inneemt van woorden als tyfus of tering, waarbij alleen de beginletter /t/ behouden blijft en de rest “afgezwakt” wordt.
Regionale verspreiding in nederland en vlaanderen: randstad, brabant, limburg
In de praktijk hoor je ik schrik me de tandjes vooral in Nederland. In Vlaanderen melden sprekers regelmatig dat de uitdrukking hen vreemd in de oren klinkt, of pas via televisie en sociale media bekend is geworden. Binnen Nederland lijkt de uitdrukking sterk verbonden met de Randstad (Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht), maar ook Brabantse en Limburgse jongeren nemen haar over, mede onder invloed van cabaret, stand-up en online video. Regionale woordenboeken beschrijven Den Haag expliciet als brongebied voor varianten als z’n eige de tandjes werken.
In dialecten in Noord-Holland en Zuid-Holland duiken bovendien varianten op die sterk doen denken aan de Haagse straattaal: ik schrik me eigen de tandjes, naast andere kleurrijke hyperbolen als ik schrik me de touwtering. Voor wie taalkaarten en dialectatlassen bekijkt, tekent zich een patroon af: hoe dichter bij de grote steden en mediacentra, hoe groter de kans dat je de uitdrukking in spontane gesprekken hoort. In rurale gebieden blijft ze langer onbekend of klinkt ze gekunsteld, vooral bij oudere sprekers.
Etymologische vergelijking met “zich een hoedje schrikken” en “ik schrik me rot”
De Nederlandse taal kent een hele familie van schrik-uitdrukkingen. Ik schrik me rot, ik schrik me een hoedje, ik schrik me een ongeluk, ik schrik me een aap: allemaal drukken ze hyperbolische, overdreven schrik uit. Ik schrik me rot is vermoedelijk ouder en eenvoudiger opgebouwd: een gewoon adjectief, “rot”, krijgt een overdreven emotionele waarde. Ik schrik me een hoedje en varianten als ik schrik me een bult werken met meer concrete, vaak visuele metaforen.
Ik schrik me de tandjes schuift in dit patroon als een creatief neefje. In plaats van een hoedje of een bult verschijnt een lichaamsdeel in verkleinvorm: de tanden. Etymologisch interessant is de combinatie van deze lichaamsdeel-metaforiek met de eerder genoemde “ziekte-intensiveringen”. Waar ik schrik me de tyfus voor veel sprekers te grof klinkt, biedt ik schrik me de tandjes een sociaal aanvaardbare, maar even kleurrijke uitweg. Het is alsof twee bestaande patronen – ziekteverwensing en schrik-hyperbool – in elkaar schuiven.
Invloed van spreektaal, dialect en sociolect op het ontstaan van de uitdrukking
De opkomst van ik schrik me de tandjes laat mooi zien hoe spreektaal, dialect en sociolect samen nieuwe uitdrukkingen vormen. In Haagse en Utrechtse straattaal bestond al een sterke traditie van grove verwensingen en komische overdrijvingen, vaak met ziektewoorden en verkleinvormen. Sprekers zoeken voortdurend naar variatie en naar vormen die passen bij hun sociale identiteit. Een nette collega, een puber met overbezorgde ouders en een cabaretier hebben elk een andere tolerantiegrens.
Daarom ontstaan vervangingsstrategieën: in plaats van krijg de tyfus wordt het krijg de touwtyfus of zelfs krijg de tandjes. Hetzelfde mechanisme werkt bij schrik-uitdrukkingen. Een vermoeden dat soms wordt geuit, is dat straattaal-invloeden zoals het Papiamentse intensiveringswoord tantu (heel erg, veel) qua klank een rol zouden kunnen hebben gespeeld. De gelijkenis tussen tantu en tandjes maakt dat voorstel op z’n minst fonologisch verleidelijk, al blijft het etymologisch onbewezen.
Taalkundige analyse: semantiek, morfologie en pragmatiek van “ik schrik me de tandjes”
Hyperbool en intensivering: van neutrale schrik naar extreem affectief taalgebruik
Semantisch gezien is ik schrik me de tandjes een typische hyperbool: een overdrijving die niet letterlijk opgevat moet worden. Niemand verliest daadwerkelijk zijn gebit bij schrik; het effect is retorisch. Waar ik schrok een neutrale, feitelijke beschrijving is, voegt ik schrik me de tandjes een sterke affectieve lading toe. Je laat merken dat de gebeurtenis buiten je verwachtingspatroon viel, vaak met een vleugje humor of ironie.
Onderzoek naar spreektaal laat zien dat zulke intensiveringen enorm populair zijn. In recente corpusanalyses van gesproken Nederlands worden varianten met me en een hyperbolische toevoeging (zoals ik werk me kapot, ik lach me dood) zelfs tot de meest voorkomende informele structuren gerekend. In informele chats en sociale media zijn zulke vormen naar schatting goed voor enkele procenten van alle zinnen waarin emotie wordt uitgedrukt, wat opvallend hoog is voor één constructietype.
Morfologische structuur: reflexief gebruik van “me” en vaste combinaties met lichaamsdelen
Morfologisch heeft de uitdrukking een vrij vaste structuur: onderwerp + werkwoord + reflexief voornaamwoord + intensiverend zinsdeel. In codevorm zou je dat kunnen schematiseren als:
[ik] + [schrik] + [me] + [de tandjes]
Het reflexieve me komt in een hele reeks vaste combinaties voor: ik werk me kapot, ik eet me misselijk, ik schaam me dood. In al die gevallen fungeert me niet puur grammaticaal, maar ook als signaal van betrokkenheid: jij treft jezelf als het ware met het resultaat van de handeling. Het slotdeel kan een adjectief zijn (rot), een zelfstandig naamwoord (een hoedje) of, zoals hier, een lichaamsdeel in verkleinvorm.
Die combinatie van reflexivum en lichaamsdeelverwijzing zie je vaker in het Nederlands: je rot lachen, je dood schrikken, je het apezuur rennen. Het verkleinwoord tandjes maakt het geheel tegelijk speels en affectief, wat de uitdrukking aantrekkelijk maakt in jongerentaal en informele gesprekken waar je niet te grof wilt uitpakken.
Pragmatische functies in conversatie-analyse: verrassing, ironie en humor
In een conversatie werkt ik schrik me de tandjes op verschillende niveaus. De primaire functie is natuurlijk het aangeven van sterke verrassing of schrik. Je kunt het inzetten in situaties met reële dreiging (een bijna-ongeluk in het verkeer), maar ook bij milde schrik, zoals een onverwacht geluid in huis. In dat tweede type context overheerst vaak de humor, waardoor de uitdrukking bijna een punchline wordt.
Daarnaast speelt ironie een rol. Zeg je bij een onschuldige gebeurtenis – een collega die plots in de deuropening staat – “nou, ik schrok me de tandjes”, dan relativeer je het moment juist. De gesprekspartner begrijpt dat je niet letterlijk overstuur bent, maar de hyperbool versterkt de onderlinge band. In conversatie-analyse zou dit een vorm van stance taking heten: je positioneert jezelf als iemand met zelfspot en een zekere taalcreativiteit.
Register en stilistische kleuring: informeel nederlands, jeugdtaal en mediataal
Stilistisch hoort ik schrik me de tandjes duidelijk in het informele register. In een sollicitatiebrief of beleidsnota voelt de uitdrukking misplaatst, maar in blogs, columns en dialogen in romans werkt zij uitstekend. In hedendaagse tv-series en streamingproducties duikt de uitdrukking geregeld op in scripts voor jonge personages, wat de koppeling met jeugdtaal verder versterkt.
In mediataal fungeert de uitdrukking bovendien als marker van “gewone mensentaal”. Journalisten en columnisten gebruiken haar soms bewust om afstand te nemen van formele nieuwstaal en dichter bij spreektaal te komen. Taaladviezen plaatsen de uitdrukking doorgaans in de categorie informele spreektaal: niet fout, maar contextgebonden. Voor jou als schrijver of spreker is de praktische vuistregel eenvoudig: in een informele setting of creatieve tekst is ik schrik me de tandjes stilistisch passend, in een juridisch rapport of academische paper beter vermijden.
Verwante uitdrukkingen met “tandjes” in het nederlands en hun onderlinge relatie
“lachen als een boer met kiespijn” versus “ik schrik me de tandjes” als tand-gerelateerde metaforen
Tand- en kiesmetaforen zijn niet nieuw in het Nederlands. Lachen als een boer met kiespijn is een klassiek voorbeeld: ogenschijnlijk lachen, maar eigenlijk pijn hebben of chagrijnig zijn. Deze uitdrukking speelt met het contrast tussen uiterlijk (lachen) en innerlijk (pijn). Bij ik schrik me de tandjes ligt de focus anders: daar draait het niet om verborgen pijn, maar om de intensiteit van de emotie.
Toch is er een verwantschap: beide gebruiken het gebit als symbool voor fysieke impact. Waar kiespijn langdurige, zeurende pijn oproept, suggereert “de tandjes” een kortstondige maar felle fysieke reactie op schrik. In beide gevallen krijg je als luisteraar direct een lichamelijk beeld, wat de uitdrukkingen sterk maakt. Wie zich verdiept in de vraag waarom juist tanden en kiezen zo vaak in uitdrukkingen opduiken, komt uit bij hun symbolische rol als grens tussen binnen en buiten, spreken en eten, kracht en kwetsbaarheid.
Uitdrukkingen met “tand” en “kies”: “iemand de tanden laten zien”, “op je tanden bijten”
Naast ik schrik me de tandjes is er een hele reeks vaste verbindingen met tand of kies. Een paar bekende voorbeelden:
- Iemand de tanden laten zien – laten merken dat jij je niet laat doen, assertief reageren.
- Op je tanden bijten – pijn, tegenslag of ongemak verdragen zonder klagen.
- Met lange tanden eten – met tegenzin eten, ergens geen trek in hebben.
- Iets op de tand voelen – onderzoeken, kritisch bevragen.
Al deze uitdrukkingen koppelen het gebit aan kracht, weerstand of evaluatie. In die rij valt ik schrik me de tandjes op doordat het niet draait om controle, maar juist om een moment van verlies van controle: de schrik grijpt je bij de keel, of eerder bij de tanden. Vanuit taalgevoel bezien is het dan ook niet vreemd dat sprekers uitgerekend een verkleinvorm kiezen: tandjes klinkt minder dreigend dan tanden, maar blijft fysiek en beeldend genoeg.
Metaforische conceptualisering van het gebit binnen cognitieve linguïstiek (lakoff & johnson)
In de cognitieve linguïstiek, bekend van de metaforenleer van Lakoff & Johnson, wordt vaak benadrukt dat taalgebruikers onbewust terugvallen op lichamelijke ervaringen om abstracte emoties te verwoorden. Het gebit is daarbij een krachtige bron van metaforen. Tanden zijn hard, scherp, nodig om te eten en te bijten; problemen met het gebit veroorzaken directe, scherpe pijn. Geen wonder dat uitdrukkingen met tand en kies vaak fysieke impact oproepen.
Vanuit die lens is ik schrik me de tandjes een voorbeeld van hoe een emotie (schrik) lichamelijk wordt verankerd. De mentale koppeling is: extreme schrik voelt als een schok door het hele lijf, tot in de tanden toe. Een soort “elektrische” sensatie wordt via een gebitsmetafoor gerepresenteerd. Net zoals in het kwam hard aan een klap-metafoor schuilgaat, vormt de tandjes hier een compact beeld voor fysieke ontregeling.
Fonologische impact: alliteratie, klankkleur en de rol van verkleinvormen zoals “tandjes”
Een belangrijk, maar vaak onderschat aspect is de klankkleur van de uitdrukking. Ik schrik me de tandjes bevat duidelijke alliteratie en consonantclusters: de plofklank /t/ en de affricaat /tj/ in tandjes geven de uitdrukking een sprankelende, bijna komische toon. Verkleinvormen op -jes of -tje hebben in het Nederlands vaak een dubbele functie: ze duiden niet alleen kleinheid aan, maar ook affectie, verzachting of ironie.
De keuze voor tandjes in plaats van tanden maakt de uitdrukking minder agressief, maar juist speels en citaatwaardig.
Fonologisch gezien is dat slim: de lichte, hoge klinker in -jes zorgt voor een “lichtvoetig” einde. Dat effect herken je ook in andere populaire intensiveringen, zoals tietjes in Haagse uitroepen (krijg nou tietuh!). Voor jou als taalgebruiker voelt dat natuurlijk aan: de uitdrukking rolt soepel van de tong, wat de kans vergroot dat jij haar overneemt en herhaalt.
Culturele en media-invloeden op de populariteit van “ik schrik me de tandjes”
Gebruik in televisieprogramma’s en cabaret: jiskefet, youp van ’t hek, koefnoen
De verspreiding van uitdrukkingen als ik schrik me de tandjes hangt nauw samen met televisie en cabaret. In sketches van programma’s als Jiskefet, Koefnoen en in de conferences van bekende cabaretiers duiken regelmatig vergelijkbare hyperbolen op. Niet altijd letterlijk dezelfde formulering, maar wel hetzelfde patroon van reflexief + hyperbool (ik lach me de pleuris, ik werk me het schompes). Zulke programma’s hebben jarenlang miljoenen kijkers bereikt, waardoor specifieke wendingen razendsnel ingeburgerd raakten.
Daarnaast gebruiken scenarioschrijvers deze uitdrukkingen bewust om personages een herkenbare sociaal-culturele kleur te geven. Een Haagse taxichauffeur die in een sketch roept “ik schrik me de tandjes, joh!” klinkt direct authentieker dan een personage dat slechts “ik schrok” zegt. Voor jou als kijker worden zulke formules daardoor gekoppeld aan humor, herkenbare types en informele settingen, wat de kans vergroot dat je ze ook in eigen taalgebruik inbouwt.
Sociale media en meme-cultuur: verspreiding via TikTok, instagram reels en X (twitter)
Met de opkomst van TikTok, Instagram Reels en X (voorheen Twitter) is de levenscyclus van uitdrukkingen nog korter en intenser geworden. Korte video’s waarin iemand schrikt – van een prank, een jumpscare of een onverwacht geluid – worden vaak voorzien van onderschriften als ik schrok me de tandjes of “ik schrik me de tandjes als dit in m’n kamer gebeurt”. Dergelijke captions functioneren als sjablonen die duizenden keren worden gekopieerd en aangepast.
Opvallend is dat in meme-cultuur variatie en spel met de formule minstens zo belangrijk zijn als betekenis. Je ziet bijvoorbeeld ironische overdrijvingen als: ik schrik me de gouden tandjes of ik schrik me m’n kronen uit de mond. Door die creatieve mutaties wint de kernvorm status als herkenbare basis. Als jij regelmatig zulke memes voorbij ziet komen, nestelt de uitdrukking zich als vanzelf in je mentale repertoire, zelfs als je haar zelf niet vaak uitspreekt.
Registratie in online corpora: SoNaR, CGN (corpus gesproken nederlands) en deliberater
Digitale corpora zoals SoNaR (geschreven Nederlands) en het Corpus Gesproken Nederlands (CGN) bieden een kwantitatief venster op dit soort uitdrukkingen. Hoewel exacte aantallen per jaar verschillen, laten recente steekproeven zien dat varianten met me de tandjes sinds circa 2000 duidelijk vaker voorkomen in online teksten dan in de decennia ervoor. In blogs, forums en informele nieuwsreacties is de frequentie beduidend hoger dan in traditionele krantenartikelen.
Nieuwe, continue corpora – waaronder webcrawls en platforms die sociale media-teksten analyseren – bevestigen dat het gebruik in de afgelopen tien à vijftien jaar toeneemt. In sommige datasets van jongerentalen en chats behoort ik schrik me de tandjes inmiddels tot de top-50 van hyperbolische emotie-uitdrukkingen. Zulke cijfers onderstrepen dat de uitdrukking niet slechts een randfenomeen is, maar een stevig verankerde bouwsteen van hedendaagse spreektaal.
Invloed van jongerenplatforms als dumpert en GeenStijl op verankering in jongerentaal
Jongerenplatforms en shock-site-achtige omgevingen spelen een eigen rol. Op video- en clipportals waar veel “fail”-video’s, ongelukjes en spectaculaire momenten worden gedeeld, verschijnen in de commentsecties lange reeksen hyperbolen: ik schrik me de tyfus, ik schrik me het apelazarus, ik schrik me de tandjes. In zo’n competitieve taalcultuur – wie plaatst de grappigste reactie? – doet de variant met tandjes het goed omdat hij stevig klinkt, maar net niet grof.
Voor jongere gebruikers fungeert ik schrik me de tandjes als een “sociaal veilige” intensivering: pittig, maar relatief netjes.
Dit verklaart ook waarom je de uitdrukking vaak hoort uit de mond van tieners en twintigers die zich wél willen afzetten tegen formele taal, maar niet onmiddellijk naar de hardste ziektevloeken willen grijpen. De combinatie van humor, verkleinvorm en fysieke beeldspraak maakt de formule ideaal voor die balans. Als je zelf lesgeeft of met jongeren werkt, is de kans groot dat je deze uitdrukking de afgelopen jaren frequent hebt gehoord.
Vergelijking met schrik-uitdrukkingen in andere talen: duits, engels en vlaams
Duitse parallellen: “ich erschrecke mich zu tode” en “ich fall aus allen wolken”
In het Duits bestaan meerdere parallellen voor hyperbolische schrik. De bekendste is wellicht ich erschrecke mich zu Tode (“ik schrik me dood”), die qua structuur dicht bij het Nederlandse ik schrik me dood ligt. Daarnaast is er ich fall aus allen Wolken, dat eerder verbazing en ongeloof dan pure schrik uitdrukt, maar wel hetzelfde mechanisme gebruikt: een fysiek onmogelijk scenario als metafoor voor emotionele impact.
Opvallend is dat het Duits minder met verkleinvormen werkt in zulke contexten; Zähnchen of iets als ich erschrecke mich die Zähnchen zou in het standaardduits eerder kinderlijk of ongrammaticaal overkomen. Dat onderstreept hoe specifiek Nederlands de combinatie is van reflexief pronomen, hyperbool en verkleinvorm. Voor jou als taalliefhebber wordt zo helder dat niet elke taal dezelfde metaforische smaak ontwikkelt, zelfs als de basisemoties identiek zijn.
Engelse intensiveringen: “scared to death”, “I nearly jumped out of my skin”
Engels biedt eveneens een rijk arsenaal aan schrik-uitdrukkingen. Scared to death is direct vergelijkbaar met ik schrik me dood, terwijl I nearly jumped out of my skin een dramatische fysieke reactie evoceert, vergelijkbaar met de Nederlandse focus op het lichaam. Daarnaast bestaan er creatievere uitdrukkingen als you scared the hell out of me of you scared the life out of me, waar een abstract element (hell, life) zogenaamd het lichaam verlaat.
Wat in het Engels ontbreekt, is precies het soort verkleinwoord-constructie dat ik schrik me de tandjes kenmerkt. De Engelse equivalent zou iets als “you scared my little teeth off” kunnen zijn, maar dat blijft een grapje, geen vaste uitdrukking. Voor jou illustreert dit hoe belangrijk taalinterne patronen zijn: het Nederlands heeft een sterk traditioneel netwerk van verkleinvormen als stijlmiddel, het Engels veel minder.
Vlaamse varianten: “ik verschiet mij een bult”, “ik verschiet mij een aap”
In Vlaanderen domineren andere werkwoorden en patronen, zoals verschieten in plaats van schrikken. Typische uitdrukkingen zijn ik verschiet mij een bult, ik verschiet mij een aap of simpelweg ik verschoot mij zot. Deze varianten delen met ik schrik me de tandjes de combinatie van reflexief pronomen en hyperbolisch resultaat, maar kiezen voor andere metaforische eindpunten (bult, aap, zot).
Veel Vlaamse sprekers geven aan dat ik schrik me de tandjes voor hen herkenbaar is via Nederlandse media, maar niet spontaan in hun eigen idioom voorkomt. Dat maakt de uitdrukking in Vlaanderen soms bijna een citaat uit “Hollands” taalgebruik, bruikbaar als je een Nederlandse tv-persoonlijkheid nadoet of bewust met registers speelt. Wie tweetalig Vlaams-Nederlands communiceert, schakelt dan ook vaak tussen ik verschiet mij rot en ik schrik me de tandjes afhankelijk van publiek en context.
Cross-linguïstische patronen in hyperbolische emotie-expressie
Vergelijk je meerdere talen, dan vallen een paar algemene patronen op bij hyperbolische emotie-expressie:
| Patroon | Voorbeeld Nederlands | Voorbeeld andere talen |
|---|---|---|
| Lichamelijke ontregeling | ik schrik me dood, ik tril uit m’n vel | EN: jump out of my skin; DE: zu Tode erschrecken |
| Onmogelijke fysieke transformatie | ik schrik me een hoedje, een bult | VL: ik verschiet mij een aap |
| Verlies van leven/essentie | ik schrik me het apelazarus | EN: scared the hell/life out of me |
| Lichaamsdeel in de schijnwerper | ik schrik me de tandjes | – (specifiek Nederlands, geen vaste parallellen) |
Voor jou als taalgebruiker betekent dit dat de kern – het dramatisch uitvergroten van een emotie – universeel is, maar de concrete beelden sterk taalspecifiek zijn. Wie een uitdrukking letterlijk vertaalt, verliest dan ook vaak precies die culturele kleur die haar zo aantrekkelijk maakt.
Gebruik, varianten en taalnorm: wanneer is “ik schrik me de tandjes” stilistisch passend?
De uitdrukking ik schrik me de tandjes hoort duidelijk thuis in informele, gesproken of semi-gesproken contexten: gesprekken met vrienden, luchtige blogs, columns, dialogen in fictie, socialmediaposts. In formele e-mails, juridische teksten of academisch schrijven leidt de uitdrukking snel af van de inhoud. Als je professioneel communiceert, is een neutrale formule als “ik schrok heel erg” of “dat heeft me flink laten schrikken” vaak beter passend.
Handig is om drie criteria in het achterhoofd te houden:
- Relatie met de ontvanger: bij vrienden en collega’s met wie je luchtig praat, past ik schrik me de tandjes prima; bij formele relaties minder.
- Medium: in een whatsappgroep, vlog of podcast klinkt het natuurlijk; in een sollicitatiebrief of jaarverslag niet.
- Onderwerp: bij lichtere onderwerpen of milde schrikmomenten werkt de hyperbool humoristisch; bij ernstige ongevallen of trauma’s kan ze ongepast overkomen.
Een praktisch advies: als je twijfelt of de toon te informeel is, kun je de uitdrukking altijd iets afzwakken. Varianten als ik schrok me rot of ik schrok me bijna dood worden door veel mensen als minder “typisch straattaal” ervaren. Wie juist wél een informele, levendige stijl zoekt – bijvoorbeeld in storytelling, lesmateriaal of creatieve content – kan met ik schrik me de tandjes een sterke, beeldende kleur toevoegen aan dialogen en beschrijvingen zonder in zware vloektaal te vervallen.