hoeveel-bar-bij-airco-afpersen-met-stikstof

Bij lekkage in een airco- of warmtepompsysteem is de vraag “hoeveel bar moet ik afpersen met stikstof?” geen detail, maar een cruciale veiligheids- én kwaliteitsvraag. Kies je te laag, dan loop je microlekken mis en komt dezelfde storing terug. Kies je te hoog, dan riskeer je schade aan leidingen, lassen en componenten. Voor jou als monteur, installateur of gevorderde doe-het-zelver is een goede keuze van de testdruk in bar dus essentieel om betrouwbare lekdichtheidsmetingen te doen, binnen de grenzen van wetgeving en fabrikant.

De laatste jaren zijn de eisen rond F‑gassen, drukapparatuur en geluidsnormen aangescherpt, en tegelijk zijn er meer koudemiddelen, hogere werkdrukken en verfijnde detectiemethoden bijgekomen. Dat maakt het afpersen met stikstof complexer, maar ook nauwkeuriger – mits je de relatie kent tussen ontwerpdruk, proefdruk en het type systeem waar je aan werkt.

Wat betekent airco afpersen met stikstof en waarom druk (bar) cruciaal is

Afpersen met stikstof betekent dat je een airco- of warmtepompsysteem vult met droog stikstofgas onder overdruk, om te controleren of het circuit lekdicht is. Het koudemiddel is dan volledig afgezogen en gerecupereerd, precies zoals de F‑gassenverordening het voorschrijft. Je gebruikt een reduceerventiel, een manometerset en geschikte slangen om de druk gecontroleerd op te bouwen en daarna een bepaalde tijd te laten staan. Elke merkbare drukval, die niet door temperatuur verklaard kan worden, wijst op een lek.

De keuze van de afpersdruk in bar is zo belangrijk omdat:

  • de druk hoog genoeg moet zijn om kleine lekken zichtbaar of hoorbaar te maken;
  • de druk onder de maximaal toegestane werkdruk PS of testdruk PT van de installatie moet blijven;
  • de relatie tussen druk en materiaal (koper, staal, K65) bepaalt hoeveel veiligheidsmarge je hebt.

Bij bijvoorbeeld auto‑airco’s wordt vaak rond 10–12 bar getest, terwijl bij residentiële split‑airco’s veel fabrikanten 40 bar stikstofproefdruk voorschrijven. Voor grotere installaties, zoals VRF/VRV, kan dat oplopen tot 40–45 bar, afhankelijk van het typeplaatje. Het is vergelijkbaar met het testen van een waterleiding: met een fietspomp van 2 bar ga je nooit een haarlijnscheurtje vinden, maar met een goed ingestelde testpomp kun je heel precies zien of de leiding onder belasting heel blijft.

Verschil tussen lektest met stikstof, vacuümtest en traceergas (stikstof/h2)

Een vacuümtest, stikstoftest en traceergastest lijken op elkaar, maar meten elk een ander aspect van de installatie. Een vacuümtest controleert of de installatie luchtdicht is bij onderdruk. Hierbij wordt meestal naar een vacuüm van 500–2000 micron gestreefd en gekeken of het vacuüm 30 minuten standhoudt. Dit is onmisbaar om vocht en lucht te verwijderen, maar kleine lekken die alleen bij hoge druk openen, blijven soms onopgemerkt.

De lektest met stikstof daarentegen werkt met overdruk, vaak 10 tot 40 bar. De leidingen, koppelingen, verdamper en condensor worden op hun mechanische sterkte getest. Deze methode lijkt meer op de werkelijke bedrijfsomstandigheden van een airco of warmtepomp. Traceergas, meestal formeergas met 95% stikstof en 5% waterstof, voegt daar nog een stap aan toe. Omdat H₂‑moleculen extreem klein zijn, detecteert een elektronische lekzoeker zelfs microlekken die met zeepwater of een standaard elektronische halogeendetector niet zichtbaar zijn.

Een vacuümtest bewijst nooit dat een systeem 100% lekvrij is onder bedrijfsdruk; een correcte stikstof- of formeergastest is daarvoor onmisbaar.

In de praktijk worden deze drie methoden vaak gecombineerd: eerst vacuüm, dan afpersen met stikstof en bij hardnekkige of terugkerende lekkages traceergas.

Hoe druk in bar zich verhoudt tot r134a en r1234yf werkdrukken in personenauto’s

Bij auto‑airco’s met R134a of R1234yf liggen de bedrijfsdrukken typisch rond de 2–3 bar aan de lagedrukzijde en 12–18 bar aan de hogedrukzijde, afhankelijk van buitentemperatuur en belasting. Een afpersdruk van ongeveer 10–12 bar met stikstof benadert dus de normale hogedruk bij een gematigde buitentemperatuur, zonder te dicht in de buurt te komen van de maximale ontwerpdruk.

Bij warm weer kan de hogedruk met R134a makkelijk boven 20 bar uitkomen. Toch is het bij afpersen met stikstof niet de bedoeling om die maximale bedrijfsdruk te evenaren of te overschrijden, zeker niet bij oudere compressoren, serviceventielen en O‑ringen. Voor een personenauto of bestelwagen is een testdruk van 10–12 bar in de meeste werkplaatshandboeken als veilige afpersdruk vastgelegd.

Bij moderne R1234yf-systemen gelden vergelijkbare drukniveaus, maar de keuze voor stikstof is extra belangrijk omdat R1234yf licht brandbaar is. Afpersen met het koudemiddel zelf is dan ook niet toegestaan bij lekkageonderzoek.

Normatieve context: NEN-EN 378, f-gassenverordening en brancherichtlijnen (NVKL, STEK)

De afpersdruk kies je nooit los van de relevante normen en regelgeving. NEN‑EN 378 beschrijft de veiligheids- en milieueisen voor koelinstallaties en warmtepompen en koppelt ontwerpdrukken en proefdrukken direct aan het type koudemiddel en de categorie drukapparatuur. De Europese F‑gassenverordening (EU) nr. 517/2014 verbiedt het vullen van een lek systeem met koudemiddel, enkel om lekkage te zoeken; stikstof en formeergas zijn daarom de aangewezen media.

Brancheorganisaties zoals NVKL en certificeringsregelingen als STEK en BRL100/200 vertalen deze normen naar praktische richtlijnen: hoe lang moet je een druktest uitvoeren, wanneer moet je extra lekdetectie toepassen en welke documentatie is verplicht? In opleidingen voor F‑gassen monteurs wordt steeds vaker nadruk gelegd op het correct afpersen met stikstof, juist omdat dit een kritische stap is om ongewenste emissies te voorkomen en de levensduur van installaties te verlengen.

Typische scenario’s: lekzoeken bij auto-airco, split-unit, VRF/VRV en koelinstallaties

In de praktijk kom je een aantal terugkerende scenario’s tegen bij stikstof‑afpersen:

  • een auto‑airco die jaarlijks leegloopt zonder zichtbaar lek bij condensor of slangen;
  • een nieuwe split‑airco die na montage onder vacuüm blijft, maar in bedrijf langzaam druk verliest;
  • een VRF/VRV-installatie met honderden meters leiding waarbij een kleine flare‑fout grote koudemiddelverliezen veroorzaakt;
  • koel- en vriescellen met R404A of R448A waarbij de condensor zich op het dak bevindt en verbindingen slecht bereikbaar zijn.

In elk van deze situaties is de testdruk in bar anders, afgestemd op de ontwerpdruk en het volume van het systeem. Bij een kleine auto‑airco volstaat een test van 10–12 bar, bij een residentiële split 30–40 bar en bij een grote industriële installatie wordt vaak in stappen tot 40 bar of meer opgebouwd, op basis van het typeplaatje. De rode draad: altijd de fabrikant, norm en het typeleidingsysteem als uitgangspunt nemen.

Aanbevolen testdruk in bar bij airco afpersen met stikstof per systeemtype

Auto-airco (r134a, r1234yf): veilige afpersdruk in bar voor personenauto’s en bestelwagens

Bij auto‑airco’s wordt in de praktijk vaak te licht of juist veel te zwaar getest. In werkplaatshandboeken van grote merken ligt de veilige afpersdruk meestal rond de 10–12 bar stikstof. Dat sluit goed aan bij de nominale hogedruk tijdens normaal gebruik en blijft ruim onder de maximale toelaatbare werkdruk van de componenten.

Een praktische werkwijze is om eerst tot 5 bar op te bouwen en alle zichtbare delen (condensor, leidingen, slangen) met lekzoekspray of zeepsop te controleren. Vervolgens kan stapsgewijs tot 10–12 bar worden gegaan en de druk gedurende 10–15 minuten worden gemonitord. Een drukval van 0,1–0,2 bar in korte tijd, bij constante temperatuur, wijst al op een relevant lek. Voor moeilijk bereikbare verdampers is een elektronische halogeendetector of formeergas in combinatie met een waterstoflekzoeker vaak onmisbaar.

Residentiële split- en multi-split airco (daikin, mitsubishi electric, LG): standaard afpersdrukken

Voor huishoudelijke split‑ en multi‑split airco’s (R32, R410A) adviseren veel fabrikanten een stikstof‑proefdruk van rond de 40 bar. Dat lijkt fors als je uit de auto‑wereld komt, maar sluit aan bij de hogere werkdrukken van deze koudemiddelen. In montagehandleidingen wordt vaak gesproken over afpersen op 1,1 × PS, waarbij PS op het typeplaatje van de buitenunit is terug te vinden.

Een gangbare praktijk is om in stappen te werken: eerst naar 10 bar, dan 20 bar, dan 30 bar en tenslotte naar de einddruk (meestal 38–42 bar). Tussen deze stappen door wordt met lekzoekmiddel en elektronische lekdetector gecontroleerd. Veel storingen in nieuwe installaties komen voort uit slecht gevlakte flare‑verbindingen of bramen in de koperleiding, die pas bij hogere druk openbarsten. Door de testdruk van de fabrikant aan te houden, voorkom je dat een installatie na oplevering langzaam koudemiddel gaat verliezen.

Commerciële VRF/VRV-systemen (daikin VRV, toshiba SMMS, panasonic ECOi): verhoogde testdrukken

Bij VRF en VRV‑systemen ligt de ontwerpdruk vaak nog hoger en zijn de leidingsystemen veel uitgebreider. Fabrikantsdocumentatie noemt hier vaak proefdrukken tussen 40 en 45 bar stikstof, soms opgesplitst in een eerste en tweede testfase. Door de grote volumes kan het uren duren voordat druk en temperatuur volledig gestabiliseerd zijn, vooral bij buitenleidingen die aan zon en wind zijn blootgesteld.

De combinatie van hoge testdruk en groot volume betekent dat veiligheidsmarges strikt moeten worden bewaakt. Gebruik altijd slangen en reduceerventielen die geschikt zijn voor ten minste 60 bar, en controleer of de manometerset een schaal heeft die tot minstens 60 bar loopt. In veel projecten wordt bij VRF/VRV bovendien traceergas gebruikt in de laatste fase, om vermoeiingsscheuren of kleine flare‑fouten op meer dan 100 meter leiding snel te kunnen lokaliseren.

Koel- en vriesinstallaties (R404A, R448A, CO₂/R744): aangepaste stikstofdruk en veiligheidsmarges

Koel- en vriesinstallaties in de retail of industrie werken vaak met hogere condensatiedrukken dan standaard airco’s. Voor HFK‑mengsels als R404A of R448A kan de hogedruk bij +40 °C al 22–25 bar bereiken. Een typische afpersdruk ligt daarom rond 28–35 bar stikstof, afhankelijk van de ontwerpdruk van de condensor en het leidingwerk.

Bij CO₂ / R744‑installaties gelden nog hogere drukken. Subkritische systemen kunnen al met werkdrukken tot 60–80 bar te maken hebben, transkritische zelfs tot boven 100 bar. Hier is het absoluut noodzakelijk de proefdruk rechtstreeks uit de ontwerpdocumentatie en het typeplaatje te halen. Vaak wordt in deze systemen in verschillende drukzones getest, bijvoorbeeld 40 bar aan de lagedrukzijde en 80 bar aan de hogedrukzijde, altijd volgens de specifieke instructies van de fabrikant en normering.

Warmtepompen (lucht/water, bodem): relatie tussen ontwerpdruk en toegepaste stikstofdruk in bar

Lucht/water‑ en bodemwarmtepompen gebruiken qua koudemiddel en drukbereik vergelijkbare technologie als moderne airco’s. De ontwerpdruk PS van de koudemiddelzijde staat op het typeplaatje van de buitenunit of binnenunit (monoblock). De aanbevolen stikstof‑afpersdruk ligt doorgaans op 1,1 × PS, wat in de praktijk neerkomt op 35–45 bar, afhankelijk van het koudemiddel (vaak R32 of R410A).

In de praktijk is het nuttig om zowel de koudemiddelkant als het watercircuit apart te testen. De koudemiddelkant met stikstof, de waterzijde vaak met water of lucht op een veel lagere druk, bijvoorbeeld 3–4 bar. Vooral bij bodemgebonden systemen met lange leidingen naar de bron moet extra aandacht worden besteed aan uitzetting en krimp van het materiaal door temperatuurwisselingen, zodat een kleine drukverandering niet ten onrechte als lek wordt geïnterpreteerd.

Stap-voor-stap werkwijze: airco-systeem veilig afpersen met stikstof

Gebruik van reduceerventiel, manometerset (R134a/R410A/R32) en slangen met kogelafsluiters

Een veilige en nauwkeurige stikstoftest begint bij het juiste gereedschap. Gebruik altijd een gecertificeerd reduceerventiel dat geschikt is voor de maximale flesdruk (tot 200–230 bar) en een manometerset die past bij het type koudemiddel, bijvoorbeeld een R410A/R32-set voor split‑airco of een R134a-set voor auto‑airco. Slangen met kogelafsluiters of terugslagkleppen beperken het risico op onverwacht ontluchten of inzuigen van lucht.

Controleer voor gebruik of alle aansluitingen schoon, onbeschadigd en lekvrij zijn. Een veelvoorkomend probleem is dat een lekkende nippel of slang in de testopstelling zelf voor een schijnbare drukval zorgt. Door eerst alleen de testopstelling onder druk te zetten en te controleren, voorkom je dat je in het systeem zelf naar een niet‑bestaand lek zoekt.

Gefaseerd opbouwen van druk: 10 bar, 20 bar, 30 bar en einddruk met observatie van drukval

Druk altijd gefaseerd opbouwen. Een veilige volgorde voor veel split‑ en warmtepompsystemen is:

  1. opbouwen tot 10 bar en alle koppelingen controleren met lekzoekmiddel;
  2. verhogen naar 20 bar en opnieuw controleren, eventueel met elektronische lekzoeker;
  3. doorgaan naar 30 bar en opnieuw inspecteren;
  4. tot slot naar de door de fabrikant opgegeven proefdruk (bijvoorbeeld 40 bar) gaan.

Tussen de stappen door is het verstandig enkele minuten te wachten zodat druk en temperatuur zich kunnen stabiliseren. Vooral bij langere leidingen of grote volumes verandert de druk duidelijk wanneer de buitentemperatuur wijzigt. Een goede vuistregel: hoe groter het systeemvolume, hoe langer de stabilisatietijd na elke drukstap.

Stabilisatietijden bij verschillende volumes: auto-airco vs. grote VRF-installaties

Bij een kleine auto‑airco met een relatief beperkt leidingvolume kun je al na 5–10 minuten redelijk beoordelen of er sprake is van een significante drukval. Bij residentiële split‑units is een wachttijd van 15–30 minuten realistischer, zeker als de leidingen buiten langs een gevel lopen.

Voor grote VRF/VRV‑systemen en industriële koelinstallaties is het niet ongebruikelijk om de druk test gedurende enkele uren of zelfs 24 uur te monitoren. Hier spelen dag‑nacht‑schommelingen in temperatuur en zoninstraling een belangrijke rol. Een stijging van 5 °C in leidingtemperatuur kan in zulke systemen gemakkelijk tot 1 bar drukverandering leiden, zonder dat er een lek aanwezig is. Daarom is het raadzaam om niet alleen druk, maar ook temperatuur op meerdere punten te registreren.

Interpretatie van drukverloop: microlek, capillaire lekken en temperatuurinvloeden onderscheiden

De interpretatie van het drukverloop is minstens zo belangrijk als de gekozen testdruk. Een langzame drukdaling kan drie oorzaken hebben: een echt microlek, afkoeling van het systeem of een combinatie van beide. Door gelijktijdig de omgevingstemperatuur en bij voorkeur ook de leidingtemperatuur te meten, kun je bepalen of de drukverandering binnen het te verwachten bereik valt.

Een stabiele temperatuur en toch merkbare drukdaling in de tijd duiden vrijwel altijd op een reëel lek, hoe klein ook.

Capillaire lekken, bijvoorbeeld bij slechte soldeerverbindingen of haarlijnen in koper, laten zich vaak niet snel zien met zeepwater. In die gevallen biedt formeergas met een gevoelig waterstoflekzoeker uitkomst. Een professionele observatie is hier: liever een uur extra meten en uitsluiten, dan een installatie “natuurlijk” verliezen laten compenseren met regelmatig bijvullen van koudemiddel.

Registratie en rapportage van afpersdrukken volgens STEK- of BRL-standaard

Volgens STEK‑ en BRL‑richtlijnen hoort bij een correcte stikstoftest altijd documentatie. Noteer minimaal:

  • de gebruikte proefdruk in bar en de duur van de test;
  • de omgevingstemperatuur tijdens het begin en einde van de test;
  • geconstateerde drukveranderingen en eventuele lekkagepunten;
  • de maatregelen die genomen zijn (her-solderen, flare opnieuw maken, vervangen component).

Deze gegevens komen op de werkbon, in het installatie‑ of logboek en vormen een belangrijk bewijsstuk bij garantiegevallen of inspecties. Daarnaast helpt systematische registratie om eigen werkprocessen te verbeteren en terugkerende fouten in montage of materiaalkeuze snel te herkennen.

Veiligheidsgrenzen: maximale testdruk in bar en materiaalbegrenzingen

Maximale toegestane testdruk in bar volgens typeplaat (PS, PT) van compressor en condensor

De absolute bovengrens voor je stikstof‑afpersdruk wordt bepaald door het typeplaatje van de installatie. Hierop staan meestal waarden als PS (maximaal toelaatbare werkdruk) en soms PT (proefdruk) vermeld. Een veel gebruikte praktijkregel is om maximaal op 1,1 × PS te testen als PT niet expliciet vermeld staat.

Bij buitenunits van residentiële airco’s ligt PS vaak rond de 40 bar voor de hogedrukzijde. Dat betekent dat een testdruk van 44 bar theoretisch nog binnen de norm ligt, maar veel fabrikanten kiezen om praktische redenen voor afgeronde waarden zoals 40 bar. Het is verstandig deze fabrieksaanbevelingen te volgen, omdat zij exacte kennis hebben van de gebruikte materialen, lasmethoden en veiligheidsmarges.

Materiaalgedrag van koperleidingen (K65, ontlaten koper) bij hoge afpersdruk met stikstof

De meeste airco‑ en warmtepompsystemen gebruiken ontlaten koperleidingen, soms in uitvoering K65 voor hogere druktoepassingen zoals R744. Ontlaten koper is goed vervormbaar en bestand tegen de gebruikelijke proefdrukken tot 40–45 bar, mits correct geflensd, gebogen en gesoldeerd.

Bij hogere drukken neemt de kans op vervorming van flare‑verbindingen en het “kruipen” van zacht koper toe, vooral wanneer leidingen slecht zijn ondersteund of op spanning staan. K65-koperleidingen zijn speciaal voor hoge druk ontworpen en hebben een hogere sterkte, maar vereisen ook passende fittingen en gereedschap. Bij onjuiste combinatie van materialen kan de zwakste schakel – vaak een standaard fitting – al bij relatief lage overdruk falen.

Risico’s van overdruk: barstgevaar, lasnaden, flare-verbindingen en perskoppelingen

Overdruk is geen theoretisch risico. Een te hoge testdruk kan leiden tot:

  • barsten in lasnaden of soldeerverbindingen;
  • scheuren in flare‑verbindingen door overrekking;
  • loskomen van perskoppelingen of knelfittingen die niet voor die druk zijn ontworpen.

Daarnaast vormt een plotseling openscheurende leiding of fitting een ernstig veiligheidsrisico voor jou als monteur: stikstof stroomt dan met grote kracht uit, gepaard gaand met rondvliegende deeltjes en harde knallen. Daarom is het belangrijk altijd achter of naast de installatie te staan tijdens drukopbouw, oog‑ en gehoorbescherming te dragen en noodafsluiters binnen handbereik te houden.

Gebruik van overdrukbeveiliging, manometers met juiste schaal en lekvrije reduceerventielen

Een veilige opstelling voor stikstof‑afpersen bevat bij voorkeur een overdrukbeveiliging, bijvoorbeeld een veiligheidsventiel of “burst disc” die opent bij een vooraf ingestelde druk. Daarnaast hoort de manometer een duidelijk en fijn verdeeld schaalbereik te hebben, afgestemd op de te verwachten drukken. Een manometer tot 100 bar voor een test van slechts 10–12 bar geeft weinig resolutie en maakt kleine drukveranderingen lastig af te lezen.

Een lekvrij reduceerventiel voorkomt dat de testdruk ongemerkt oploopt wanneer de temperatuur van de fles verandert. Moderne reduceerventielen hebben vaak dubbele manometers: één voor de flesdruk en één voor de uitgangsdruk. Door deze tijdens de test regelmatig te controleren, zie je snel of er in de opstelling zelf een afwijking optreedt.

Veelgemaakte fouten bij airco afpersen met stikstof en hoe de juiste bar-waarde te kiezen

Verwarren van bedrijfsdruk met proefdruk: praktijkvoorbeelden uit auto- en split-airco

Een van de meest gemaakte fouten is het gelijkstellen van bedrijfsdruk en proefdruk. Bij auto‑airco’s leidt dat soms tot het idee dat testen op 20 bar “veiliger” of “beter” zou zijn omdat de installatie dat in bedrijf ook soms ziet. In werkelijkheid overschrijdt zo’n testdruk vaak de veiligheidsmarge van oudere leidingen en componenten.

Bij split‑airco’s gebeurt het omgekeerde: sommige installateurs testen slechts op 15–20 bar, omdat ze die druk “voldoende” vinden. Het gevolg is dat kleine lekken in flare‑verbindingen of in de verdamper niet worden gevonden, waardoor de klant binnen een jaar zonder koudemiddel zit. De juiste keuze van de bar‑waarde vraagt daarom altijd om het raadplegen van de fabrieksdocumentatie en niet alleen om ervaring of gevoel.

Te snel druk opbouwen en thermische effecten negeren bij diagnose van lekken

Te snel druk opbouwen zorgt niet alleen voor mechanische belasting, maar ook voor sterke temperatuurveranderingen in de leidingen. Door het Joule‑Thomson‑effect kan het gas tijdelijk afkoelen of opwarmen, wat direct effect heeft op de drukaflezing. Als je daarna onmiddellijk een drukval meet, lijkt er een lek, terwijl het in werkelijkheid gaat om temperatuurstabilisatie.

Een professionele aanpak is om na elke drukstap enkele minuten te wachten en, bij grotere systemen, zelfs 15–30 minuten voordat je conclusies trekt. Extra temperatuursensoren op de leidingen helpen om het verband tussen druk en temperatuur beter te begrijpen. Zo kun je veel nauwkeuriger beoordelen of een drukverandering reëel is of slechts een gevolg van thermische effecten.

Onjuiste kalibratie of schaalbereik van analoge en digitale manometers (testo, refco, fieldpiece)

Of je nu met analoge klokken of digitale instrumenten van merken als Testo, Refco of Fieldpiece werkt: kalibratie en schaalbereik zijn doorslaggevend. Een manometer die al jaren niet is geijkt, kan gemakkelijk 0,5 bar of meer afwijken. Bij lekzoeken op micro‑niveau is dat verschil enorm.

Controleer daarom regelmatig of je meetinstrumenten nog binnen specificatie werken. Veel professionele bedrijven laten hun manometerset jaarlijks kalibreren, wat aansluit bij de onderhoudsintervallen van F‑gasseninstallaties. Digitale instrumenten bieden vaak hogere resolutie en een loggingfunctie, waardoor je het drukverloop over tijd als grafiek kunt terugzien en beter kunt interpretteren.

Foutieve keuze van stikstofflesdruk en reduceerventiel-instelling bij kleine systemen

Bij kleine systemen, zoals een enkele split‑airco in een woning of een auto‑airco, is het niet nodig om de reduceerventiel‑instelling meteen op de volle proefdruk te zetten. Toch komt dat in de praktijk vaak voor, met als gevolg dat leidingen in één keer naar 30–40 bar worden “gejaagd” zonder tussencontrole.

Een verstandiger aanpak is om bij kleine systemen de uitgangsdruk van het reduceerventiel gefaseerd te verhogen en na elke stap kort te controleren op lekkage. Dit vermindert de kans op schade bij foutieve aansluitingen en geeft je meer controle over het testproces. Zeker bij oudere voertuigen met verouderde slangen en O‑ringen kan een te agressieve drukopbouw tot nieuwe lekkages leiden die er daarvoor niet waren.

Praktische referentiewaarden in bar voor stikstof-afpersen van populaire airco-merken

Daikin, mitsubishi heavy industries en panasonic: fabrieksdocumentatie en typische proefdrukken

Voor A‑merken als Daikin, Mitsubishi Heavy Industries en Panasonic liggen de aanbevolen stikstof‑testdrukken voor residentiële split‑ en multi‑split‑systemen doorgaans in de range 38–42 bar. Voor commerciële VRF/VRV‑systemen gaan sommige modellen iets hoger, tot rond 45 bar, altijd afhankelijk van de aangegeven PS op het typeplaatje.

Fabrikanten geven in hun installatiehandleidingen vaak exacte stappenplannen met tijdsduur per testfase. Zo kan een instructie voorschrijven om 24 uur op 40 bar te blijven staan bij een leidingnet langer dan 100 meter, of om na een eerste test op 20 bar nog een tweede test op 40 bar te doen. Door deze referentiewaarden aan te houden, vergroot je niet alleen de kans op een lekvrije oplevering, maar voldoe je ook aan de garantievoorwaarden van de fabrikant.

Auto-airco bij volkswagen, BMW en Mercedes-Benz: afpersdrukken volgens werkplaatshandboeken

Werkplaatshandboeken van merken als Volkswagen, BMW en Mercedes‑Benz noemen voor auto‑airco’s met R134a en R1234yf doorgaans een stikstof‑proefdruk tussen 8 en 12 bar. Sommige procedures schrijven een kortdurende test voor (5–10 minuten) voor het eerste lekonderzoek, gevolgd door een langdurigere drukbewaking wanneer er twijfel blijft.

Een veel toegepaste werkwijze is om tegelijk contrastmiddel aan het koudemiddel toe te voegen bij de definitieve vulling. Mocht na enkele maanden toch nog drukverlies optreden, dan maakt een UV‑lamp eventuele restlekken zichtbaar. Deze combinatie van methoden sluit goed aan bij de wettelijke eisen rond F‑gassen en de praktijk in moderne werkplaatsen.

LG, toshiba en fujitsu split-units: standaard testdrukken en lekzoekprotocollen

Bij merken als LG, Toshiba en Fujitsu voor residentiële en lichte commerciële split‑units vallen de aanbevolen stikstofdrukken sterk samen met die van andere A‑merken: rond de 38–42 bar voor systemen met R410A of R32. In de installatiehandleidingen worden duidelijke tabellen gegeven waarin per modelreeks en leidinglengte de exacte proefdruk en testduur zijn vastgelegd.

Veel van deze merken adviseren om naast de stikstoftest altijd een elektronische lekzoeker te gebruiken op alle flare‑verbindingen, servicepoorten en filterdrogers, en om de installatie direct na de stikstoftest in vacuüm te trekken tot ten minste 2000 micron gedurende minstens 30 minuten. Door deze protocollen consequent te volgen, worden de meeste lekkages al in de bouwfase opgespoord in plaats van tijdens de eerste zomerpiek.

Documentatie raadplegen: service manuals, datasheets en online technische databases

De meest betrouwbare bron voor de juiste afpersdruk in bar blijft altijd de officiële documentatie van fabrikant en norm. Voor elke airco‑ of warmtepompinstallatie is het zinvol om voor aanvang van de werkzaamheden:

  • het typeplaatje van buiten- en binnendeel te fotograferen;
  • de installatiehandleiding en service manual te raadplegen op rubrieken als “pressure test” of “nitrogen test”;
  • via online technische databases van leveranciers de laatste revisies van deze documenten te downloaden.

Door deze informatie samen te gebruiken met eigen meetervaring en gezond vakmanschap, ontstaat een consistent en veilig proces voor stikstof‑afpersen. De keuze van de juiste bar‑waarde is dan geen gok meer, maar een onderbouwde beslissing die de levensduur, betrouwbaarheid en veiligheid van elke airco‑ of warmtepompinstallatie direct ten goede komt.